Koele kerst

Een modern kerstverhaal

Het was 25 december. Jaap kwam uit bed met een vreemd gevoel. Hij had raar gedroomd, maar zoals altijd was hij zijn droom vergeten zodra hij wakker was. Jaap liep naar de badkamer en knipte het licht aan. Het bleef donker. Hm, zeker een lamp kapot, dacht Jaap. Hij draaide de luxaflex open. Een bleek decemberzonnetje verlichtte de rijp op de bomen. Geen witte kerst, maar toch een sprookjesachtig gezicht. Brrr, wat was het koud. De ijsbloemen stonden op de ramen.

Jaap trok zijn pyjama uit en draaide de kraan van de douche open. Een miezerig straaltje ging over in gedruppel. Waterleiding bevroren, spookte het door zijn hoofd. Was dat mogelijk? Had het zo hard gevroren? Jaap trok zijn pyjama weer aan en deed sokken en een ochtendjas aan. Beneden keek hij op de thermostaat. De display was blanco. Het licht beneden deed het ook niet. Geen stroom? Hij draaide de kraan in de keuken open. Ook hier geen water.

Zijn laptop had tenminste een accu. Even op twitter kijken of er een stroomstoring is. Maar ook internet deed het niet. Ach natuurlijk, dacht Jaap, als ik geen stroom heb, staan de kabelmodem en de router ook uit. Gelukkig had hij net vorige maand zijn nieuwe smartphone aangeschaft. Daar zat ook internet op. Maar het Vodafone netwerk was ook down. Hij kon niet eens meer bellen.

Jaap plofte neer op de bank. Geen stroom, geen water, geen verwarming, geen internet. Dat moest op de een of andere manier met elkaar samenhangen. Wacht, hij kon het gasfornuis aanzetten. Dan kon hij het in de keuken een beetje warm maken. En waar lag die transistorradio ook weer? De regionale zender zou wel iets melden over de stroomstoring. Eerst maar iets warmers aantrekken. En iets eten.

Het fornuis bleef stil toen Jaap het gas open draaide. Ook geen gas? Hoe kon alles nou tegelijkertijd uitvallen? Dat gebeurde nooit. Hij opende de vaatwasser om een bord te pakken. Het apparaat had zijn programma niet afgemaakt en de borden waren vettig en nat. Hij pakte een bord om het af te spoelen onder de hete kraan, maar die deed het natuurlijk ook niet. Jaap pakte de kaas uit de donkere koelkast en smeerde een boterham. Eerst die radio maar eens opzoeken. Gelukkig, die lag tenminste gewoon waar hij hoorde te liggen, in de doos met oude apparaten op zolder. En de batterijen deden het ook nog. Jaap draaide aan de afstemknop. Geruis klonk uit de luidspreker. Geen zender te vinden, op de hele band. Of wacht, daar was er toch een, met veel storing en in een taal die hij niet verstond. Daar had hij niet veel aan.

Jaap zette de radio uit. Hij moest de batterijen sparen. Die zouden misschien nog van pas komen. Voor het eerst in zijn leven drong het tot hem door hoe vanzelfsprekend al die voorzieningen waren. Gas, water, elektriciteit, internet, radio, televisie. En nu had hij geen idee wat er aan de hand was, hoe lang dit ging duren of wat hij moest doen. Hij moest opeens denken aan de klimaatconferentie in Kopenhagen. De regeringsleiders waren niet tot een akkoord gekomen, maar ze hadden wel een gezamenlijke verklaring opgesteld. Wat was daar eigenlijk mee gebeurd? Hij had daar niets meer over gehoord. Iedereen was weer overgegaan tot de orde van de dag. Achter de schermen zou er vast wel van alles gebeuren, maar daar hoorde je nooit wat over. Grappig, dacht Jaap, dat je aan dit soort dingen gaat denken als je in een huis zit zonder elektriciteit, water, gas en internet. Hij had opeens alle tijd om na te denken, nu hij niet op internet kon om te mailen, te surfen en zijn favoriete spel te spelen. Hij moest zo maar eens buiten gaan kijken. Maar eerst naar de wc. Zijn bekende ochtendritueel liet hem gelukkig nog niet in de steek. Toen het water uit de stortbak de ochtendproductie van zijn darmen had weggespoeld werd het stil in de wc. Geen geluid van het waterstraaltje dat de stortbak opnieuw bijvult. Nou ja, morgenochtend zou de waterleiding het toch wel weer doen?

Het was opvallend druk op straat. Veel mensen hadden op de koude ochtend van deze eerste kerstdag besloten een wandelingetje te maken. Hier en daar stonden mensen met elkaar te praten. Jaap kende eigenlijk niemand in deze buurt. Hij woonde hier nog niet zo lang en had nog geen contacten gelegd met zijn buurtgenoten. Hij zat meestal te internetten en zijn meeste contacten had hij online. In het voorbijgaan hoorde hij dat ze het hadden over de storing. Dat het probleem niet tot zijn huis beperkt was, had hij al begrepen. Overal waren de lichten uit. De kerstbomen stonden er donker en treurig bij. De kerststal met de verlichte rendieren in de voortuin van dat huis op de hoek was een donker hutje geworden.

Twee jonge mannen met rastakapsels kwamen uit het park met een bakfiets vol takken en stammetjes. Zeker aan het sprokkelen voor het oudejaarsvuur. Hij rook verbrand hout. Uit sommige schoorstenen kwam rook. Hm, een houtkachel of een open haard zou nu wel praktisch zijn geweest, dacht Jaap. Maar die had hij niet.

In het centrum stond een politieauto bij het gemeentehuis. Een groepje mensen stond eromheen. Jaap ging erbij staan. Een paar mannen waren opgewonden met elkaar aan het praten. De politieagenten keken van een afstandje toe. Jaap zag dat een van de mannen de burgemeester was. ‘Het heeft te maken met de gasvoorziening uit Rusland. Daardoor zitten niet alleen de woonhuizen zonder gas, maar zijn ook de elektriciteitscentrales uitgevallen. We weten niet hoe lang deze storing gaat duren.’ hoorde hij hem zeggen. Jaap liep verder, de winkelstraat in. Hij zag dat de ruit van de Elektronicagigant was ingeslagen. Groene glasscherven lagen in de etalage. Een paar grote LCD-tv’s waren verdwenen. Wie ging er nou tv’s stelen als de stroom is uitgevallen?

Een groep jongens met blikken bier in hun handen trok luidruchtig door de winkelstraat. Eentje pakte een steen en gooide hem tegen een winkelruit. Er sprong een ster in het glas. ‘Ze kunnen ons niks maken, hun netwerk ligt er ook uit’, hoorde hij een van de jongens joelen. Jaap sloeg een zijstraat in en liep via een omweg terug naar huis. Binnen was het koud. Hij zocht in zijn voorraadkast. Goddank, hij had nog een zak waxinelichtjes. Hij zette er twee op een schoteltje en stak ze aan. Hij haalde zijn dekbed uit de slaapkamer en nestelde zich met de transistorradio op de bank. De nationale rampenzender zou toch wel gaan uitzenden? Ze hadden daar toch wel een noodaggregaat? En hoe zat het met die windenergie? Er moesten toch delen van het land zijn waar mensen nog wel elektriciteit hadden? Maar de radio gaf nog steeds alleen maar ruis.

Onvoorstelbaar, hoeveel gedachten er in je hoofd opkomen als je geen beeldschermen meer hebt om de tijd te doden, dacht Jaap. Hij lag naar de twee kleine vlammetjes te kijken en dacht na over de hele mensheid, over zijn eigen leven, over wat hij op straat had gezien en gehoord, over Kopenhagen, over het vlees en de diepvriesmaaltijden in zijn koelkast die nu aan het ontdooien waren. Onvoorstelbaar, hoe vanzelfsprekend alles was geweest en hoe onzeker alles nu was. Hier lag hij, verstoken van warmte, water, licht en informatie. Net als hij moesten er nu miljoenen mensen in hun huizen liggen, in Nederland en misschien ook wel elders in Europa. De wereld die via televisie en internet altijd binnen handbereik was geweest was nu weer groot en onheilspellend. Hoe lang ging dit duren? Wat zou er gebeuren als hij ziek werd van de kou? Gingen die plunderingen in de winkelstraat door? Wat als alle fossiele brandstoffen op Aarde nu op waren? Wat als de politici, de bestuurders, de situatie over de energievoorraden rooskleuriger hadden voorgespiegeld uit angst voor chaos? En wat zou er gebeuren met de mensheid als alle energie op was? Hoe zouden de mensen proberen te overleven? Hoe lang zou het duren voordat ze alle bomen hadden omgehakt en opgestookt? Trouwens, als er geen energie meer beschikbaar was, zouden er ook geen auto’s, vrachtauto’s, bussen en treinen meer rijden en geen vliegtuigen meer vliegen. Dan zouden er ook geen goederen meer vervoerd worden. De winkels zouden leeg raken. Je zou ook niet kunnen pinnen. Je zou niet meer bij je geld kunnen. Hoe lang zou het duren voordat de hele wereld ontwricht zou raken? Hoeveel mensen zouden er dood gaan? Hoe lang zou hij zelf kunnen overleven?

Jaap nam zich voor dat hij anders zou gaan leven als deze toestand voorbij was. Hij zou zich actief gaan inzetten voor de wereld. Voor energiebesparing, voor alternatieve energie. Hij zou zijn tijd niet langer verdoen met geestdodende spelletjes, maar in plaats daarvan actief worden in de milieubeweging. Hij zou via internet gelijkgestemden gaan zoeken, zich aansluiten bij actiegroepen. Hij zou op een groene partij gaan stemmen. Hij zou…

Jaap werd wakker. Het was avond geworden. De waxinelichtjes waren opgebrand. Hij pakte de afstandsbediening en klikte de tv aan. Op Nederland 1 toonde de EO een kerstkoor dat gewijde liederen zong. Op Nederland 2 was een soap aan de gang. Jaap stond op en keek uit het raam. De rendieren op de hoek trokken hun arrenslee boven een sprookjesachtig verlichte kerststal. De straatlantarens brandden. Hij trok de koelkast open en zette een kant-en-klaar maaltijd in de magnetron. Vanavond maar eens die Franse rundvleesschotel met roomsaus. Het was tenslotte kerstmis.

Erik de Vries

(12 keer bekeken)

Some remarks on the one-dimensionality of the UN Violence against Children campaign

A letter to Marta Santos Pais, Special Representative of the Secretary-General on Violence against Children

Some remarks on the one-dimensionality of the UN Violence against Children campaign

Dear mrs Santos Pais,

With great respect and anticipation I have taken notice of the recent initiatives by the UN to address the issue of violence against children worldwide.
Due to the fact that English is not my mother tongue it is hard for me to formulate my point in this letter in the nuanced way I would like to. That’s why I take a big shortcut and come straight to the point.

In the report as well as the website, especially the section ‘What needs to happen’ I see a rather one-dimensional presentation of the problem in terms of victims and offenders. Only in a small footnote on page 21 I read “There is also evidence to suggest that children exposed to domestic violence are more likely to act aggressively towards peers or siblings, to carry violence into adulthood, as either victims or perpetrators. Witnessing violence between parents or caregivers might also influence children’s attitudes about its acceptability within the family and close relationships; in turn, this could be passed down to their children, thus perpetuating the cycle of violence.”

It is this ‘cycle of violence’ that I miss in the sections ‘What needs to be done’. Of course it is of utmost importance to establish and reenforce laws, regulations, institutions and policy in countries where those facilities are missing. But it is also important not to look at the problem through the eyes of now, as if the world is simply divided into children – victims and adult – offenders. As this ‘circle of violence’ indicates, this is a recurring problem where victims become offenders making new victims. You could compare this to a genetic condition that is passed on from generation to generation.

My point is that in order to address this huge problem we humans need to develop a much deeper understanding of the nature of the trauma caused by violence against children and how this evolves into violent behaviour. Many professional psychologists have studied this mechanism and great progress has been made in the methods to treat these kinds of syndromes effectively. May I mention Alice Miller (The drama of the gifted child) who is one of the founders of this important knowledge.

I would like the UN campaign to present and address this problem not as a one-dimensional issue of victims and offenders, but in its complexity of a recurring, multi-dimensional problem that can only be effectively solved by teaching, enabling and reenforcing of all people about the nature of this trauma and it’s effects on the self esteem, and the proven effective solutions that have been so amply developed in the last decades.

By ‘only’ protecting victims and punishing offenders, the core of the problem will never be solved and more people will get traumatized.
By understanding, exposing and treating the trauma the right way both victims and offenders – who are victims as well – can be cured and converted to strong ambassadors for this approach, as the experience of the liberation of their trauma is the strongest possible motivator to help other people reach the same goal.

With warmest regards,
Erik de Vries

http://srsg.violenceagainstchildren.org/
https://www.unicef.org/endviolence
https://www.unicef.org/publications/files/Violence_in_the_lives_of_children_and_adolescents.pdf

(8 keer bekeken)

De kosten van de gezondheidszorg kunnen omlaag – als we eindelijk de oorzaken aanpakken

De kosten van de gezondheidszorg: het is een eindeloos terugkerend thema. Als een overslaande langspeelplaat (voor de jonge lezers: dit was de voorloper van de CD; voor de nog jongere lezers: dit was een offline geluidsdrager uit het verre verleden, een soort analoge Spotify) wordt dezelfde riedel keer op keer afgedraaid. De kosten van de gezondheidszorg zijn te hoog en daar moeten we iets aan gaan doen.

Nou houd ik ervan kwesties als deze op een logische manier te benaderen. Te hoge kosten kun je oplossen door A de kosten te verlagen of B meer geld beschikbaar te stellen. B is politiek lastig, dus kijken we al jaren naar A. Kosten van de gezondheidszorg kun je I verlagen door de gezondheidszorg goedkoper te maken of II door te zorgen dat er minder mensen ziek worden. De meeste oplossingen die de afgelopen pakweg 20 jaar zijn geprobeerd mikken op I: de gezondheidszorg goedkoper maken. Dankzij neoliberale politici als Hoogervorst en Klink is de gezondheidszorg geprivatiseerd, althans voor zover mogelijk. Dit heeft geleid tot een soort concurrentie die ook weer niet echt goed werkt, en verder vooral tot een sterk toegenomen macht van zorgverzekeraars, die inmiddels bepalen wat de huisarts en de specialist in het ziekenhuis wel en niet mogen doen. Een groeiend aantal zorgverleners en gewone mensen vraagt zich af of we dat moeten willen.

Verrassend weinig oplossingen richten zich op II: zorgen dat er minder mensen ziek worden. Goed, er zijn allerlei lovenswaardige initiatieven om mensen tot een gezondere leefstijl te brengen. Terwijl we aan de ene kant door deze initiatieven (zoals de buiten-fitnessplaatsen die overal in Nederland uit de grond worden gestampt, een soort Cruijff courts voor volwassenen) én door onszelf (zie de hardloop-rage die al een jaar of twintig woedt onder iets te zwaarlijvige maar nog wel verantwoorde burgers) in beweging worden gebracht, wordt de bevolking gemiddeld toch nog steeds dikker en meer obees ten gevolge van alle vulmiddelen die ons in onze supermarkten worden verkocht als ‘voedsel’.

Behalve overgewicht – variërend van een iets te bol buikje tot echt problematische obesitas – brengt deze internationale voedselvergiftiging een scala aan ziekten teweeg die we met een lief eufemisme ‘welvaartsziekten’ noemen. Hart- en vaatziekten, kanker, depressie, dementie, diabetes 2, ze zijn allemaal volgens gedegen wetenschappelijke onderzoek direct gelinkt aan de rommel die we dagelijks in onze mond proppen.

Deze rommel wordt ons verkocht als gezond, natuurlijk, vitaminerijk, energierijk, vitaliserend, zuiver plantaardig en meer fraaie kreten van de marketingafdelingen van de 10 voedingsgiganten die bepalen wat er op ons bord ligt. In feite is wat er in het gemiddelde supermarktkarretje ligt verarmd, ongezond, ziekmakend, giftig, onevenwichtig en te zoet.

Die andere industrie waar we volgens sommige wetenschappers erg voor moeten oppassen, Big Farma, profiteert enorm van de verwoestingen die Big Food aanricht in de volksgezondheid. Alleen al die honderduizenden nieuwe diabetespatiënten, allemaal chronisch, zorgen voor een fantastische, stabiel groeiende stroom inkomsten. Je zou soms bijna gaan vermoeden dat op geheim topniveau de programma’s van deze beide industriële supermachten op elkaar worden afgestemd (wij houden ze ziek zodat jullie er permanent medicijnen aan kunnen slijten), maar dat is complotdenken en dat mag niet.

Wat we wél kunnen doen is gezond eten. Daarvoor is kennis nodig – wat is gezond eten, hoe doe je dat, waar haal je dat? – en vooral de wilskracht om de brainwashing en misleiding van Big Food te weerstaan. Voor een individu is dit bijna onmogelijk, al zijn er steeds meer mensen die het toch lukt.

Wat echter enorm zou helpen is als de regering zich hier sterk voor zou maken. En dan niet alleen met mooie woorden of met ‘oplossingen’ waarbij de markt zichzelf mag reguleren, want dat doet de markt never nooit niet. Lieden als Rutte c.s. weten dat, maar ze zitten zo diep ingebed in een systeem waarin de politieke macht achter de schermen volledig wordt bestierd door het multinationale bedrijfsleven, dat ze geen kant op kunnen, hun dienst uitzitten in de wetenschap dat ze na afloop ruim worden beloond met lucratieve baantjes, commissariaten en dergelijke. Zo lang we in dit systeem leven zal van de kant van de regering dus nooit de route worden gekozen die voor steeds meer mensen de enig logische is: zorgen dat er minder mensen ziek worden en meer mensen gezonder worden door de verwoestende praktijken van Big Food (en in hun kielzog Big Farma) aan banden te leggen.

De kosten van de gezondheiszorg zouden enorm en structureel dalen, als we met z’n allen écht gezond zouden gaan eten. Vergeleken bij de enorme besparingen die dat zou opleveren – denk aan minimaal een halvering van de kosten van de gezondheidszorg – vallen maatregelen die nu worden voorgesteld, zoals de bureaucratie in het systeem verminderen, in het niet. Bovendien blijft dat dweilen met de kraan open: zolang we blijven toestaan dat mensen zich helemaal ziek eten aan de rommel die supermarkten legaal mogen verkopen, is elke poging om de kosten van de gezondheidszorg te verlagen symptoombestrijding.

We lezen in het nieuwe regeerakkoord dat het lage btw-tarief omhoog gaat en de vennootschapsbelasting naar beneden. Dat betekent dat groenten duurder worden en bedrijven meer winst maken. Dat zijn de keuzes die deze regering maakt.

(42 keer bekeken)

De dank van De Correspondent: spam voor early adopters

Je begint een nieuw online journalistiek platform. Je crowdfunding is onverwacht succesvol. Je haalt in no time 15000 betalende abonnees binnen voordat er nog maar een letter online staat. Je gaat veelbelovend van start. Je fuckt je early adopters.

Zie hier in a nutshell het verhaal van De Correspondent.

In bijna elk mailtje dat ik van De Correspondent heb gekregen word ik in ronkende bewoordingen geprezen als vroege instapper.

“Samen met 20.207 andere pioniers koos jij ervoor De Correspondent te steunen. Daar zijn we je nog steeds enorm dankbaar voor.”

“Beste Erik, Ruim een jaar geleden hielp je ons als een van de 20.208 pioniers een droom te realiseren: de oprichting  van het onafhankelijke, advertentievrije platform voor online kwaliteitsjournalistiek De Correspondent. Daarvoor zullen wij je altijd dankbaar blijven.”

Hoe dankbaar De Correspondent is jegens zijn pioniers bleek vanmorgen, toen ik, inmiddels lid-af, doorklikte op deze link in een tweet van Rob Wijnberg:

tweet-Rob-Wijnberg

Een van de leuke dingen van De Correspondent is dat je als lid artikelen kunt delen. Zo kun je mensen die geen lid zijn toch artikelen laten lezen die normaal achter de betaalmuur zitten. Maar in plaats van dat ik bij het artikel terecht kwam, werd ik naar deze pagina gestuurd:

De-Correspondent-spammuur

Ik werd dus niet doorgestuurd naar een artikel maar naar een keiharde spammuur. De pagina waar ik op terecht kwam bood geen enkele mogelijkheid wel door te gaan naar het artikel. Er was maar één optie: mijn lidmaatschap verlengen. Bovendien bevat de pagina bovenin een vooraf aangekruist vinkje dat ik niet kan weghalen, een praktijk die in de per juni 2014 aangescherpte wetgeving voor internetverkopen expliciet wordt verboden.

De Correspondent publiceerde het afgelopen jaar regelmatig interessante artikelen over internetprivacy, cookies, big data e.d. De praktijken waar De Correspondent in die artikelen voor waarschuwt  worden in de eigen marketing doodleuk toegepast. Immers:

De Correspondent slaat mijn gegevens op in een cookie en gebruikt deze om mij diensten te ontzeggen die ik zonder die cookie wel zou krijgen. In plaats van een artikel krijg ik een dwingende verkoopboodschap voorgeschoteld.

Als ik de link uit de tweet open in een andere browser, waar geen cookies van De Correspondent zijn opgeslagen, krijg ik het artikel gewoon te zien:

De-Correspondent-geen-cookie-geen-spammuur

Eerder schreef ik een blogje waarin ik aangaf waarom ik mijn abonnement op De Correspondent niet ging verlengen. Een van de vele bedelmailtjes om mijn abonnement te verlengen begon met de woorden

“Beste Erik, Binnenkort zit ons eerste gezamenlijke jaar erop.”

Ondertekend door Rob Wijnberg. Ik mailde terug

“Beste Rob, Er is geen sprake van een ‘gezamenlijk’ jaar. Het probleem is dat jullie niet communiceren maar alleen zenden, en daarmee verwordt de aanspraak op gezamenlijkheid tot een goedkoop marketingzinnetje.”

Ik kreeg geen reactie.

Het is een mooi initiatief, er zit veel kwaliteit in De Correspondent, maar jullie marketing zuigt.

 

(500 keer bekeken)

Waarom ik mijn abonnement op De Correspondent niet ga verlengen

Beste Correspondent,

Ik ben nu een aantal maanden lid van jullie prima online krant en kom regelmatig op de site om wat nieuwe stukken te lezen. In het begin was het even wennen aan de navigatie, maar dat went dus wel. Min of meer. Toch voldoet de opzet van de site in een aantal opzichten steeds minder.

Even ter achtergrond: ik werk in de creatieve ict en houd mij bezig met communicatie, webdesign, webbouw, usability etc. Ik bekijk in dit geval De Correspondent dus door die professionele bril.

Ik vind de redactionele formule fantastisch. De kwaliteit en aard van de artikelen, de interactie met lezers, prima allemaal. Helemaal on target wat mij betreft. Wat ik ervan had verwacht en meer.

Helaas ervaar ik de website qua gebruiksgemak in toenemende mate als onhandig omdat er een aantal essentiële functies missen. Door het groeiende aantal artikelen en correspondenten mis ik steeds meer een archief en een goede zoekfunctie. De Correspondent wordt een snel groeiende berg vrijwel onterugvindbare journalistieke juweeltjes.

Ik merk dat ik om deze reden jullie site steeds vaker niet bezoek. Het idee van een site waar ik alleen van de inhoud kan genieten door dagelijks bij te blijven lezen staat mij tegen. Dat is niet alleen jammer omdat ik bijna niet meer op de site kom. Het is vooral jammer dat de waarde die jullie daar creëren ligt te verstoffen omdat niemand meer iets kan terugvinden in zo’n berg.

Dat is extra spijtig omdat de formule van De Correspondent is gebaseerd op artikelen voorbij het nieuws, achter de waan van de dag. Artikelen die langer houdbaar zijn dan de hype van de week. Juist dat soort artikelen wil ik kunnen doorzoeken, rubriceren, sorteren en selecteren. Als ik op een dag alles wil lezen wat er is geschreven over alternatieven voor onze democratie wil ik met een paar muisklikken die selectie kunnen maken op de site van De Correspondent.

Dat dit veelbelovende initiatief niet vanaf de start een goed doorzoekbaar en filterbaar archief online heeft, vind ik niet alleen jammer, ik vind het commercieel ook een nogal ernstige misser. Ik denk dat ik niet de enige ben die hier last van heeft. Terwijl het absoluut niet ingewikkeld is om zoiets te bouwen.

Hoe zou zo’n archief er uit moeten zien en hoe zou het toegankelijk moeten zijn?

1. Browsebaar: dat wil zeggen, via hiërarchische structuren doorbladerbaar.
Daarbij zijn verschillende taxonomieën wenselijk:

  • Op datum (jaar-maand-week-dag)
  • Via een boomstructuur van inhoudelijke categorieën en subcategorieën
  • Per correspondent

2. Via dynamische zoekwoorden oftewel tags.
Tags die aan artikelen worden gekoppeld leggen semantische verbanden tussen verschillende artikelen. Een klik op een tag brengt een subset van alle artikelen tevoorschijn waar die tag aan is gekoppeld. Die subset zou browsebaar te doorzoeken moeten zijn volgens dezelfde systematiek als onder 1 beschreven. Binnen een subset zou door het aanklikken van een tweede tag een subselectie moeten ontstaan van artikelen waar de beide tags in voorkomen (zie voor een voorbeeld hoe dit werkt de site van delicious.com, een social bookmarking site, die bij uitstek heeft nagedacht over het toegankelijk maken van semantische verzamelingen via tags). Dergelijke zoekstructuren kom je ook tegen in sommige webshops (wehkamp o.a.), waarbij je door het aanvinken van een optie direct een subset krijgt van de totale dataset (voor de nerds: via ajax).

3. Via een full text search.
Met uitgebreide mogelijkheden, waaronder in elk geval AND en OR varianten voor de ingegeven zoekwoorden, oftewel zoeken op teksten waarin alle woorden komen of waarin één van de woorden voorkomt.

De Correspondent is, een fantastisch journalistiek initiatief. Het is hard bezig zijn
bestaansrecht te bewijzen. Het genereert een schat aan artikelen die – conform de formule – waarde hebben die de waan van de dag overstijgt en dus veel langer houdbaar zijn dan de inhoud van een nieuwsmedium zoals een dagblad. Des te meer reden is dit om die
groeiende schat aan informatie toegankelijk te maken op de best mogelijke manieren. Wat ik hierboven beschrijf zijn allemaal bestaande interfacetechnieken, daarvoor hoeven geen wielen opnieuw te worden uitgevonden, ze hoeven ‘alleen maar’ te worden geïmplementeerd. Ja, ik weet het, dat is toch nog steeds best wel wat werk werk. Maar gezien de kwaliteit van jullie webontwikkelaars lijkt me dat geen probleem.

Voor zover dit nodig was – wellicht hadden jullie dit zelf al allemaal bedacht en staat dit er al aan te komen – hoop ik met mijn suggesties een bijdrage te leveren aan de verbetering van De Correspondent.

Hartelijke groet,
Erik de Vries

Bovenstaande mail stuurde ik op 21 december 2013 naar de klantenservice van De Correspondent. Op de website is nu (14 maart 2014) nog niets veranderd. Ik merk dat voor mij de weerstand om De Correspondent ‘bij te houden’ steeds groter wordt, omdat mij de tijd ontbreekt hier dagelijks een uur of meer aan te besteden. Uit de reacties onder de artikelen krijg ik de indruk dat het actieve lezerspubliek voornamelijk bestaat uit erudiete pensionado’s die alle tijd hebben om De Correspondent dagelijks ‘cover to cover’ te lezen en van hun commentaar te voorzien.
Ik vrees dat De Correspondent door het ontbreken van hulpmiddelen die de informatieberg toegankelijk maken met name de aantrekkingskracht op jongere doelgroepen die vol in het leven staan en minder tijd hebben verliest. Zo werkt het bij mij in elk geval wel. Zo kan zelfs die lousy 5 euro per maand niet uit.

(2965 keer bekeken)

Koen Verweij heeft de Olympische 1500m gewonnen

En de ISU kan of wil niet rekenen.

Het is niet dat ik het niet kan hebben als een Nederlander eens een keer geen goud wint tijdens de Olympische Spelen in Sochi. En ik gun de Polen een Olympische kampioen. Van harte. Maar wat er vandaag is gebeurd is eenvoudig absurd. Koen Verweij heeft de 1500m gewonnen, omdat hij vandaag, 15 februari 2014, de snelste was van allemaal. Maar hij krijgt niet de gouden medaille.

Infographic

klik op de infoigraphic voor een vergroting

klik op de infoigraphic voor een vergroting

Waarom heeft Koen Verweij gewonnen?

Bij de start van een 1500m wedstrijd staan de schaatsers in de binnen- en de buitenbaan 15 meter uit elkaar. De schaatser die in de buitenbaan start, staat 15 meter dichter bij de starter en hoort daardoor het startschot 0,045 seconde (vijfenveertig duizendste) eerder dan de rijder in de binnenbaan. Koen Verweij startte in zijn rit in de binnenbaan. Zbigniew Bródka startte in zijn rit in de buitenbaan. Bródka heeft dus in vergelijking tot Koen Verweij het startschot 0,045 seconden eerder gehoord. In de tijdmeting was Bródka 0,003 seconde sneller dan Verweij. Wanneer we deze uitslag corrigeren voor het verschil in ‘startschottijd’ tussen de beide rijders heeft Verweij Bródka verslagen met een verschil van 0,042 seconde. Scroll naar beneden voor een update van deze berekening.

Waarom kan of wil de ISU niet rekenen?

De Internationale Schaats Unie die de reglementen opstelt, heeft bepaald dat de tijden bij Olympische schaatswedstrijden in duizendsten van een seconde worden gemeten. De ISU kan ook weten wat de snelheid van het geluid is en dat dus de rijder die in de binnenbaan start al bij de start 0,045 seconde achterstand oploopt op de rijder in de buitenbaan. De starttijd wordt echter bepaald door het moment waarop het elektronische signaal van het startpistool wordt afgegeven op hetzelfde moment dat de starter de trekker overhaalt en de knal klinkt waarop de rijders reageren. In de reglementen van de ISU staat echter niet vermeld dat het verschil in aankomsttijd van de knal tussen de rijders in de buiten- en binnenbaan elektronisch wordt gecompenseerd. Ik ga er daarom van uit dat dit ook niet gebeurt. Bij wedstrijden die in één manche worden verreden, en zeker bij de 1500 meter waar de rijders bij de start verder uit elkaar staan dan bijvoorbeeld bij de 10km, is dit verschil van 0,045 seconde aanzienlijk ten opzichte van de nauwkeurigheid van één duizendste seconde waarmee de uitslag wordt bepaald.
Dit is geen ingewikkelde wiskunde maar simpel rekenwerk. Zou het echt kunnen dat de ISU hier nooit aan heeft gedacht?

Update 16-2-2014: het zit iets anders maar de conclusie blijft vooralsnog hetzelfde

Naar aanleiding van dit artikel hebben verschillende mensen erop gewezen dat er luidsprekers bij de start staan die het geluid van het startschot aan de startende rijders doorgeven. Dankzij Martin Koning (twitter: @martinkoning) kwam ik aan deze foto waarop de plaatsing van de luidsprekers bij de start van de 1500m in Sochi staat afgebeeld.

Plaatsing van de luidsprekers bij de start van de 1500m in de Adler Arena in Sochi

Plaatsing van de luidsprekers bij de start van de 1500m in de Adler Arena in Sochi

Ook Thijs Zonneveld (@thijszonneveld) twitterde een foto waarop de positie van de speakers bij de start van de 1500m is te zien.

Speakers Sochi start 1500m

Klik voor een vergroting

infographic-400m-baan-start-1500m-speakersZoals op de foto’s te zien is, staan de luidsprekers die het startschot doorgeven aan de buitenkant van de baan achter de boarding. De banen zijn 5m breed. De schaatser in de binnenbaan staat bij de start dus 5 meter verder van zijn of haar luidspreker af dan de schaatser die in de buitenbaan start. 5 Meter komt bij de geluidssnelheid van 340m/sec overeen met een vertraging van 15 duizendste seconde. Minder dan bij het oude startpistool, maar nog steeds veel te veel om eindtijden met een nauwkeurigheid van een duizendste te kunnen vergelijken.

Dit alles gaat natuurlijk niet op wanneer het tijdsverschil elektronisch is gecompenseerd door het geluid uit de luidspreker voor de buitenbaan 15 milliseconden te vertragen. De reglementen van de ISU zeggen hier niets over. Wie weet of dit gebeurt mag het zeggen (in de comments). Zo niet, dan heeft Koen Verweij nog steeds de snelste 1500 meter van deze Olympische Spelen geschaatst.

Nog een aanvulling. Kjell van den Boogert heeft in 2012 een (bekroond) profielwerkstuk geschreven over het startpistool, waarin hij de berekeningen die ik hier heb vermeld nog veel nauwkeuriger beschrijft.

Veel mensen melden dat er speakers zo zijn geplaatst dat het startschot bij beide rijders gelijktijdig aankomt. Maar niemand heeft mij tot nu toe de exacte plaatsing van die speakers op de baan in Sochi gegeven. Veel mensen hebben het over speakers achter de rijders, maar dat is onzin. Staan die dan op het ijs? Het zou pas eerlijk zijn als er pal boven elke rijder een speaker zou hangen. In Sochi is dat niet het geval.

Lichtflits

Er zijn ook heel wat mensen die stellen dat er geen probleem is omdat er immers ook een lichtflits uit het startpistool komt. Ik vraag me af of deze mensen de situatie bij de start goed kennen. De meeste renners staan in de starthouding voorovergebogen met hun hoofd naar beneden. De starter staat op een verhoging en houdt het startpistool hoog boven zijn hoofd. Om die lichtflits te kunnen zien zouden de schaatsers in hun voorovergebogen houding hun hoofd extreem in hun nek moeten leggen. Deze oplossing is niet erg realistisch.

Statisticus Wim Kalmijn in Trouw

Artikel van statisticus Wim Kalmijn in Trouw - 20-2-2014

Klik voor een vergroting

In Trouw van 20 februari 2014 betoogt statisticus Wim Kalmijn precies hetzelfde. “De conclusie is dan ook dat het meten, of liever gezegd het aflezen van schaatstijden in duizendste seconden technisch wel mogelijk is, maar volstrekt onzinnig, omdat aldus ‘waargenomen’ verschillen van 0,01 seconden of minder ons niet vertellen welke van de twee rijders de afstand ook in de kortste tijd gereden heeft, wat wel de bedoeling zou moeten zijn. In dit geval wordt dus gewoon geloot tussen de beide deelnemers en dan nog onzuiver. Het alternatief zou zijn om terug te keren naar een afronding op 0,01 seconde en in incidentele gevallen met een ‘ex aequo’-klassering genoegen te nemen. Daarmee wordt in elk geval recht aan de werkelijkheid gedaan: verschillen die je niet goed kunt meten moet je ook niet willen honoreren.”

(95863 keer bekeken)

Het circus zal doorfietsen

Topsport, Commercie, Media, Doping en Publiek houden elkaar in een wurggreep. Dat geldt voor alle grote sporten. Ze kunnen niet zonder elkaar. Elk van deze partijen houdt de andere in stand. Haal er één tussenuit en het circus werkt niet meer. Ja zonder Doping zou het kunnen blijven draaien. Maar dat gaat niet lukken, weten we nu zo langzamerhand wel. De belangen die Commercie, Media en Publiek mogelijk maken, zijn te groot om het niet te blijven proberen met.

Ooit, nog maar een jaar of 60 geleden, was er geen televisie maar al wel wielrennen. Doordat er geen televisie was, had Commercie geen belang en was de rol van Publiek veel beperkter. Misschien was er een beetje Doping. Weinigen kon dat wat schelen.

Nu trekt Commercie zich even terug. Maar Doping, Media en Publiek blijven. Publiek vergeet snel. Media buigen mee met wat er is. Heel zen. Als er gefiets wordt, al is het met, dan zullen Media blijven verslaan en zal Publiek blijven kijken. En dus komt dan Commercie om te verdienen. Andere merken, minstens even grote bedragen.

Doping zal zich niet terugtrekken. Zelfs als Doping verliest, zoals nu, zorgt het voor wereldnieuws. Buiten het seizoen nota bene. Buitenkansje voor Commercie, de naam wordt genoemd. Rabobank verdient off piste nog een leuk centje aan free publicity.

Doping vrijgeven zal niet gaan. Dan verdwijnt Commercie. Niemand wil zijn merk verbinden met Doping. Dus zal alles erop gericht zijn Doping aan het oog te onttrekken. De UCI zal gezuiverd worden. De controles zullen nog strenger worden. De schijn van schoon zal opgehouden worden. Media zullen verstommen. Tot het volgende rapport uitkomt.

Zo zal het nog wel een tijdje doorgaan.

(442 keer bekeken)

Hoornsemeer binnenkort?

Zo zou mijn uitzicht eruit kunnen gaan zien als De Wereld van Zwerfvuil hier nog eens komt logeren. De Wereld van Zwerfvuil is een wereldbol met een middellijn van 5 meter, gemaakt van plastic flesjes. Het is een project van Peter Smith, bedoeld om aandacht te vragen voor de enorme hoeveelheid plastic afval die in de oceanen terecht komt en daar een ‘plastic soup’ vormt, die wij, onze kinderen en onze kleinkinderen weer op hun bord krijgen. Zeker als we niks doen.

De Wereld van Zwerfvuil heeft in de zomer van 2012 in het Amsterdamse IJ gedobberd en begint nu aan een rondreis. De wereldbol gaat in Maart in Maastricht te water om vervolgens de Maas af te zakken en bij elke grote plaats even af te meren, totdat hij de Noordzee in drijft. Wat mij betreft mogen ze hem van daar af dan naar het Hoornsemeer slepen.

(331 keer bekeken)

Interactieve bevolkingspiramide

Onderstaande interactieve bevolkingspiramide kwam ik tegen op frankwatching.nl. Met een keurige embed-code om hem op je eigen website te zetten. Wat ik dus meteen maar even heb gedaan.

Opvallend: hoewel er direct na de oorlog – van 1945 tot 1953 een duidelijke piek zit (de babyboomers), kun je ook zeggen dat de babyboom-periode doorloopt tot ca. 1970. Daarna wordt het duidelijk minder. Zou dat het gevolg zijn van de oliecrisis in 1973, dat we er toen voor het eerst achterkwamen dat de naoorlogse welvaart eindig was? Wat is de achterliggende psychologie van de demografie?

Omdat de piramide gebouwd is in flash wordt hij niet weergegeven op iPad. Je moet er wat voor overhebben om Applespullen te gebruiken 🙂

(629 keer bekeken)

Ita’s Dream 22-9-2012

(315 keer bekeken)